
Dit is deel drie in de serie: goede voornemens
Veranderen is moeilijk. Het grootste obstakel is het overwinnen van tegenslag want bij de eerste hobbel is het zo makkelijk te zeggen: zie je nou wel, het lukt niet. Het is te moeilijk. Dan slaat de twijfel toe en voor je het weet is de droom weer alleen een droom.
Mijn vader zei altijd: meer dan je best kan je niet doen. Da’s waar, maar wanneer weet je dat je je uiterste best hebt gedaan? Het kan twee kanten op werken: Of je zegt na een paar keer proberen: zo ik heb m’n best gedaan, maar het lukt niet. Of je zegt: als ik het nou nog een keer probeer, misschien lukt het dan wel. Als het aankomt op goede voornemens dan is optie 1 geen optie. Als je bij jezelf denkt: “maar beter dan dit kan ik echt niet”, besef dan dat oefening echt kunst baart: ‘Vroeger’ zat ik op softbal en trainde ik 3 keer per week. Miste ik een bal of een honk dan wist ik dat er volgende week weer een training en een wedstrijd zou zijn. Het was m’n hobby en ik gaf al m’n energie. In die zeven jaar dat ik gesoftbald hebt, was ik er best goed in geworden. Tegenwoordig wil ik niet altijd m’n energie steken in dingen waarvan ik niet zeker weet of het gaat lukken (want ik heb zat andere dingen te doen). Maar ik weet ook dat ik met zo’n houding helemaal nergens kom.
Een marathon ren je niet in 1 keer; je begint met kortere afstanden totdat je een steeds beter uithoudingsvermogen hebt en je steeds verder kunt. Zo is het met elk doel dat je wilt bereiken: Door het doel in haalbare subdoelen op te knippen kom je steeds een beetje verder. Je zelfvertrouwen groeit en je hebt de moed de volgende stap zetten. Iets wat aan het begin onmogelijk leek, komt zo steeds dichterbij. Ik zie het ook bij mijn taalmaatje: anderhalf jaar lang oefende we op ’small talk’ en op standaard Nederlandse zinnetjes, zonder heel veel verder te komen, dat was niet erg, het project is vooral bedoeld om contact te blijven houden met de Nederlandse samenleving. Maar sinds ze begonnen is met een inburgeringscursus gaat ze elke week vooruit. Dit succes geeft ons beide zoveel nieuwe energie dat we tegenwoordig om 11 uur ’s avonds nog steeds hard aan het studeren zijn.
Als je inziet dat het steeds beter gaat en je kleine successen behaalt dan zal je merken dat je steeds meer zelfvoldoening krijgt: Je hebt alles gegeven en je succes behaalt. Je weet en voelt dat je er recht op hebt. Dit gevoel is van onschatbare waarde. Het geeft je kracht om door te gaan en het zorgt ervoor dat je de stem van je twijfels de mond kan snoeren. Je weet namelijk dat niemand anders in de wereld zo hard gewerkt heeft dit te behalen, waarom zou je er dan geen recht op hebben?
Ook al heb je de neiging om pessimistisch te zijn, dan nog kan je ervoor kiezen een optimistische houding te hebben. Je kan ervoor kiezen negativiteit niet de overhand te laten krijgen. Je kan er ook voor kiezen om regelmatig je doel voor ogen te houden en ervoor te kiezen deze na te jagen. Zelfs je pessimisme kan je gebruiken om plannen te maken. Als je ergens negatief over denkt, hoef je jezelf alleen maar af te vragen hoe je hier op een positieve manier mee om kan gaan. Door optimistisch te zijn, zie je kansen en mogelijkheden. Pessimisme laat de gevaren en obstakels zien: je hoeft deze dan alleen nog maar te tackelen en je bent weer een stap verder.
leer van de fouten die je maakt: wil je te snel of probeer je het op een verkeerde manier? Analyseer wat er gebeurde vlak voor je vast liep of een fout maakte. Door eerlijk naar jezelf en de situatie te kijken leer je wat je valkuilen zijn en hoe je die kan omzeilen. Als je probeert af te vallen dan is het uur voordat je normaal zou gaan eten vaak heel moeilijk. In plaats van om half 5 naar de snack machine te lopen of een zak drop in je auto te hebben, kan je ervoor zorgen dat je gezondere snacks bij je hebt. Dit vergt wat planning (saaaai), maar als je eenmaal weet dat dit een valkuil is, dan moet je daar iets aan doen. Ik ben zelf een fan van gedroogde fruit zoals dadels en abrikozen en zorg ervoor dat ik om half 5 nog wat te snacken heb op kantoor. Ik krijg dagelijks opmerkingen van collega’s – I don’t care: ik heb weerstand kunnen bieden aan die taart die vandaag weer in het keukentje stond.
Je bouwt gaande weg nieuwe kwaliteiten op, omdat die nog niet helemaal in jezelf verankerd zitten moet je oppassen dat je ze niet kwijt raakt. Er zullen mensen zijn die er alles aan doen om je te verleiden weer terug te vallen in oude gewoontes [ah kom nog 1 wijntje]. Of als je door drukte je routine kwijtraakt en daardoor je zorgvuldig opgebouwde buikspieren. Dan is het zo makkelijk om op te geven, maar dit is juist het moment om de draad weer op te pakken en door te zetten. Het is zo jammer om te zien dat je een paar stappen terug gegaan bent, maar dat is nog altijd minder erg dan helemaal opgeven.
Tot slot: verwacht geen direct resultaat. Je moet soms maanden of jaren werken om je droom tot realiteit te krijgen. Is het dat echt waard? of klinkt dat als te veel moeite?